Afbeeldingen bekijken in de modus Expert of Snel
Met de tools Handje, Zoomen, de opdrachten Zoomen en het deelvenster Navigator kunt u verschillende delen van een afbeelding bij verschillende vergrotingsfactoren bekijken.
U kunt de weergave op verschillende manieren vergroten en verkleinen. Op de titelbalk van het venster wordt het zoompercentage weergegeven (tenzij het venster te klein is om deze gegevens weer te geven).
Als u een ander gedeelte van een afbeelding wilt bekijken, gebruikt u de schuifbalken van het venster of selecteert u de tool Handje en sleept u om over de afbeelding te pannen. U kunt ook het deelvenster Navigator gebruiken.
Als u de tool Handje wilt gebruiken terwijl een ander gereedschap is geselecteerd, houdt u de spatiebalk ingedrukt terwijl u in de afbeelding sleept.
In- of uitzoomen
Selecteer de tool Zoomen op de werkbalk en klik op de knop Inzoomen of Uitzoomen op de optiebalk voor de tool. Klik in het gebied dat u wilt vergroten. Met elke klik wordt de afbeelding vergroot of verkleind tot het volgende vooraf ingestelde percentage. Het punt waar u klikt, wordt het nieuwe middelpunt van het beeld. Wanneer de afbeelding de maximale vergroting van 3200% of de maximale verkleining tot 1 pixel heeft bereikt, verdwijnt het plus- of minteken uit het vergrootglas.
U kunt de tool Zoomen slepen over het gedeelte van de afbeelding dat u wilt vergroten. Controleer of de knop Inzoomen is geselecteerd op de optiebalk voor de tool. Als u het zoomselectiekader rond de illustratie wilt verschuiven, sleept u eerst een selectiekader en vervolgens houdt u de spatiebalk ingedrukt terwijl u het kader naar een andere plaats sleept.
- Sleep de schuifregelaar Zoomen in de optiebalk voor de tool.
- Kies Weergave > Inzoomen of Weergave > Uitzoomen.
- Voer het gewenste zoomniveau in in het tekstvak Zoomen in de optiebalk voor het gereedschap.
Wanneer u een zoomgereedschap gebruikt, houdt u Alt ingedrukt om te schakelen tussen inzoomen en uitzoomen.
Een afbeelding weergeven bij een percentage van 100%
Dubbelklik op de tool Zoomen in de gereedschapset.
Selecteer de tool Handje of Zoomen en klik op de knop 1:1 in de optiebalk voor de tool.
Kies Weergave > Werkelijke pixels of klik met de rechtermuisknop op de afbeelding en kies Werkelijke pixels.
Typ 100% op de statusbalk en druk op Enter.
Een afbeelding aan het scherm aanpassen
Dubbelklik op het handje in de toolbox.
Selecteer een zoomtool of de handtool en klik vervolgens op de knop Passend op scherm in de werkbalk Toolopties.Of klik met de rechtermuisknop op de afbeelding en kies Scherm passend maken.
Kies Weergave > In venster.
Deze opties schalen zowel het zoomniveau als de venstergrootte zodat ze passen in de beschikbare schermruimte.
De venstergrootte aanpassen tijdens het zoomen
Wanneer Vensters passend maken is uitgeschakeld, houdt het venster dezelfde grootte bij elke vergroting van de afbeelding. Dit is vooral handig wanneer u op een kleine monitor of met trapsgewijs geordende afbeeldingen werkt.
Het deelvenster Navigator gebruiken
Met het deelvenster Navigator kunt u het vergrotingspercentage en het weergavegebied van de afbeelding aanpassen. U kunt de vergroting van de afbeelding wijzigen door een waarde te typen in het tekstvak, te klikken op de knop Inzoomen of Uitzoomen of door de zoomschuifregelaar te slepen. Sleep het weergavekader in de miniatuur van de afbeelding om het weergavegebied van de afbeelding te verschuiven. Het weergavekader komt overeen met de grenzen van het afbeeldingsvenster. U kunt ook in de miniatuur van de afbeelding klikken om het weergavegebied aan te geven.
Als u de kleur van het weergavekader wilt wijzigen, kiest u Deelvensteropties in het menu van het deelvenster Navigator. Kies een kleur in het menu Kleur of klik op het kleurstaal om de Kleurkiezer te openen en een aangepaste kleur te selecteren. Klik op OK.
Meerdere vensters met dezelfde afbeelding openen
In de modus Expert kunt u meerdere vensters openen met verschillende weergaven van hetzelfde bestand. In het menu Venster wordt een lijst met geopende vensters weergegeven en in het Fotovak wordt een miniatuur van elke geopende afbeelding weergegeven. Hoeveel vensters u per afbeelding kunt openen, hangt af van de hoeveelheid beschikbaar geheugen.
Als u op een afbeelding hebt ingezoomd, kunt u de opdracht Nieuw venster gebruiken om de afbeelding met een grootte van 100% in een afzonderlijk venster weer te geven.
Meerdere vensters weergeven en rangschikken
Als u vensters trapsgewijs van linksboven naar rechtsonder in het scherm wilt weergeven, kiest u Venster > Afbeeldingen > Trapsgewijs.
Als u wilt dat de vensters vlak naast elkaar worden weergegeven, kiest u Venster > Afbeeldingen > Naast elkaar. Als u afbeeldingen sluit, worden de groottes van de openstaande vensters aan de beschikbare ruimte op het scherm aangepast.
Als u alle geopende afbeeldingen met hetzelfde vergrotingspercentage als dat van de actieve afbeelding wilt weergeven, kiest u Venster > Afbeeldingen > Zoomen afstemmen.
Als u hetzelfde gedeelte (linkerbovenhoek, midden, rechterbenedenhoek, enzovoort) van alle geopende foto's wilt weergeven, kiest u Venster > Afbeeldingen > Locatie afstemmen. In alle vensters wordt het weergavegebied van de actieve (bovenste) afbeelding weergegeven. Het zoomniveau blijft ongewijzigd.
Voor meer opties voor het organiseren van afbeeldingen klikt u op de taakbalk op Lay-out en kiest u een nieuwe lay-out in het pop-upmenu.
De opties onder Venster > Afbeeldingen zijn alleen toegankelijk wanneer bij Voorkeuren de optie Zwevende documenten toestaan in de Expertmodus is ingeschakeld.
Vensters sluiten
Kies Bestand > Sluiten om het primaire venster te sluiten.
Klik op de knop Sluiten in de titelbalk van het primaire venster.
Klik met de rechtermuisknop op een miniatuur in de fotobak en kies Sluiten.
Kies Bestand > Alles sluiten om alle geopende vensters te sluiten.
Afbeeldingen eenvoudig bewerken en delen met Photoshop Elements
Combineer foto's, verwissel kleuren en wis onderdelen met AI-powered functies.